Verslaving algemeen

Bij een verslaving maakt iemand misbruik van een middel en raakt daar afhankelijk van. Hier kunt u meer lezen over verslaving aan alcohol en/of drugs.

Wat is het?

Middelenmisbruik

Wanneer iemand gedurende een langere tijd vaak alcohol of drugs gebruikt, ondanks dat dit problemen veroorzaakt, is er sprake van middelenmisbruik. Met problemen bedoelen we bijvoorbeeld dat iemand vanwege dit drankgebruik zijn baan kwijtraakt. Er is pas sprake van een verslaving, als iemand geestelijk of lichamelijk afhankelijk is van dat middel.

Verslaving

BIj een verslaving aan een middel is iemand er afhankelijk van geworden. Hij of zij kan zonder dit middel niet goed meer functioneren.  

Er is sprake van verslavingsproblematiek wanneer dit leidt tot beperkingen in het functioneren en/of lijdensdruk veroorzaakt. Iemand verliest bijvoorbeeld zijn baan, omdat hij ook op kantoor drinkt. Of iemand schaamt zich zo voor zijn drugsgebruik, dat hij niet meer met vrienden afspreekt.

Een verslavingsziekte kan chronisch (langdurig) zijn, recidiveren (terugkeren) of met tussenpozen zonder gebruik voorkomen.

Symptomen

Iemand met een verslaving verliest de controle over het gebruik van het middel. Hij of zij gebruikt vaker of meer dan voorgenomen en dan 'goed' is.

Trek en gewenning

Iemand met een verslaving heeft steeds trek in het gebruik van dit middel. Wij noemen dat ook wel zucht of craving. Vaak heeft iemand steeds meer van het middel nodig om hetzelfde gevoel te krijgen. We noemen dat gewenning of tolerantie.

Onthoudingsverschijnselen

Onthoudingsverschijnselen zijn de klachten die iemand met een verslaving krijgt op het moment dat hij of zij de middelen niet op tijd inneemt. Dit kunnen psychische of lichamelijke symptomen zijn. Een voorbeeld hiervan is trillen of zweten. Maar ook angstig worden, nachtmerries of een slechte concentratie kunnen onthoudingsverschijnselen zijn. Onthoudingsverschijnselen worden ook wel ontwenningsverschijnselen of afkickverschijnselen genoemd.

Ontstaan

Veel mensen proberen een keer in hun leven alcohol of een joint uit. Sommige mensen experimenteren ook met andere drugs. Mensen gebruiken middelen omdat ze zich er beter door voelen. Bijvoorbeeld prettiger, energieker en/of meer ontspannen.

Drugs, alcohol, medicijnen en dergelijke hebben invloed op het beloningssysteem in de hersenen. Ieder mens heeft zo'n beloningssysteem, Het ontstaan van verslaving: een interactie tussen drie factorenmaar niet iedereen raakt verslaafd. Er spelen namelijk meerdere factoren mee:

  • Aanleg (beloningssysteem in de hersenen) 
  • Beschikbaarheid van het middel
  • (Sociale) omgeving
 
Aanleg

Voor ieder mens werkt het beloningssysteem anders. Het beloningssysteem zorgt ervoor dat iemand zich lekker voelt. Mensen met aanleg voor verslaving hebben een beloningssysteem dat er voor zorgt dat ze zich érg lekker voelen bij gebruik van het middel. Terwijl mensen zonder aanleg dat minder hebben.

Iemand met aanleg voor verslavingen krijgt dat fijne gevoel vaak minder van anderen dingen. Zoals van sporten, of eten, of lachen. Terwijl mensen zonder aanleg voor verslavingen dat wel hebben.

Hierdoor zijn mensen met aanleg eerder geneigd nog een keer te gebruiken. En nog een keer. Soms tot ze niet meer zonder het middel kunnen.  

Beschikbaarheid

Niet iedereen komt even makkelijk in contact met bijvoorbeeld alcohol of drugs. Iemand die veel alcohol om zich heen heeft (bijvoorbeeld omdat de buren een café hebben), raakt makkelijker verslaafd, dan iemand die moeilijk aan alcohol kan komen.

(Sociale) omgeving

Ook is de sociale omgeving voor iedereen anders. Niet iedereen maakt immers hetzelfde mee. Sommige gebeurtenissen kunnen zorgen voor het ontstaan van een verslaving. Bijvoorbeeld: traumatische ervaringen, slechte huisvesting, werkeloosheid en relationele problemen.

Samengevat

Iemand die meer aanleg heeft om verslaafd te raken en een trauma meemaakt, loopt meer risico om verslaafd te raken dan iemand die dat niet heeft. Zeker als deze persoon ook nog vrienden heeft die regelmatig cocaïne gebruiken. 

Waarom blijven mensen verslaafd?

Het lastige is dat mensen die problemen hebben (werkeloosheid, schulden etc), daardoor soms eerder een middel gaan gebruiken. De roes die ontstaat door het gebruik van een middel kan de problemen die er zijn tijdelijk verzachten. Het gebruik van een middel is dan een vorm van 'zelfmedicatie'.

Omdat het middel de problemen tijdelijk verzacht, wil iemand het middel later opnieuw gebruiken. Iemand krijgt bij langer gebruik zucht (craving of trek) naar een middel. Hierdoor gaat iemand toch opnieuw gebruiken. Hierdoor kan een verslaving ontstaan. Door dit middelenmisbruik en verslaving kunnen deze problemen in stand gehouden worden of verergeren. De problemen blijven bestaan en daardoor blijft iemand ook gebruiken.

Verandering van de hersenen

Door langdurig gebruik van middelen veranderen de hersenen. Wanneer behandeling uitblijft kunnen deze veranderingen blijvend zijn. Door deze veranderingen in de hersenen ontstaan er bijvoorbeeld onthoudingsverschijnselen wanneer iemand stopt met het gebruik van middelen. Voorbeelden hiervan zijn zweten, trillen en prikkelbaarheid. Bij diverse middelen zoals opiaten (zoals heroïne) duurt het erg lang voordat de hersenen zich herstellen.

Bovendien 'wennen' de hersenen aan het middel. Iemand merkt daardoor steeds minder van het middel. En moet steeds meer gebruiken om hetzelfde effect te krijgen. We noemen dit gewenning of tolerantie. Dit zorgt ervoor dat iemand steeds meer gaat gebruiken. 

Hierdoor is het afkicken na langdurig gebruik erg moeizaam. Er blijft een grote kans op terugval. Zelfs na een lange abstinentie periode kunnen prikkels (cue’s) die gerelateerd zijn aan bijvoorbeeld de tijd of de omgeving van het gebruik zorgen voor een terugval omdat zij craving oproepen. 

Co-morbiditeit

Vaak gaat een verslaving samen met andere psychische stoornissen. Dit wordt co-morbiditeit genoemd. Veel mensen gaan gebruiken om hun problemen te verzachten. Andersom ontstaan er door het misbruik van middelen ook problemen. Bij een verslaving zijn die problemen vaak zo ernstig dat er sprake is van een psychische stoornis. Tijdens uw behandeling zal hier dan ook aandacht voor zijn. U wordt niet alleen behandeld voor uw verslaving, maar ook voor de andere problemen die u heeft. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende psychologische interventies. Bijvoorbeeld psycho-educatie of cognitieve gedragstherapie. Soms worden deze ondersteund met het gebruik van medicatie. Samen met uw behandelaar onderzoekt u op welke manier u hier, met hulp van anderen in uw omgeving, het best mee aan de slag kunt gaan.

Natuurlijk is er tijdens uw behandeling ook aandacht voor het direct verminderen of stoppen met het gebruik.

Behandeling

Aandacht voor andere klachten

Omdat een verslaving vaak samen gaat met andere psychische stoornissen, is hier in de behandeling ook aandacht voor. U wordt niet alleen behandeld voor uw verslaving, maar ook voor de andere problemen die u heeft. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende psychologische interventies. Bijvoorbeeld psycho-educatie of cognitieve gedragstherapie. Soms worden deze ondersteund met het gebruik van medicatie. Samen met uw behandelaar onderzoekt u op welke manier u hier, met hulp van anderen in uw omgeving, het best mee aan de slag kunt gaan.

Natuurlijk is er tijdens uw behandeling ook aandacht voor het direct verminderen of stoppen met het gebruik.

Detoxificatie

Uw lichaam zal reageren als u stopt met gebruiken. Hier wordt aandacht aan besteed tijdens de detoxificatie. Detoxificatie betekent letterlijk ontgiftiging. In de meeste gevallen is de acute ontwenningsperiode vervelend, maar niet gevaarlijk. Tijdens de behandeling wordt geprobeerd om de klachten en symptomen te verminderen. Ook houden we in de gaten of er geen complicaties ontstaan. Het is dus erg belangrijk dat de detoxificatie onder begeleiding gebeurt. 

Abstinentie of gereguleerd gebruikt 

Tijdens uw behandeling bespreekt u met uw behandelaar waar u aan gaat werken. In principe is het doel van de behandeling dat u volledig stopt met gebruiken (abstinentie). In sommige gevallen is dat niet haalbaar en dan is het doel om gereguleerd te gebruiken.

  • Abstinentie
    Bij abstinentie stopt iemand met het gebruik van het middel waar hij aan verslaafd is. Abstinentie is bijvoorbeeld een realistisch doel voor iemand die meerdere malen heeft geprobeerd om te minderen, maar steeds weer teveel ging gebruiken. Een voordeel van abstinentie is dat de klachten die voortkwamen uit het gebruik van een middel verdwijnen.
  • Gereguleerd gebruik
    Bij gereguleerd gebruik, blijft iemand gecontroleerd gebruiken. Er worden afspraken gemaakt over de hoeveelheid hiervan. Het doel is om de controle over het gebruik te leren bewaken.   

Mist u iets in onze Kennisbank?  Of heeft u een opmerking over de tekst?  Vertel het ons: ehealth@antesgroep.nl        |        Disclaimer